ECLI:NL:RBROT:2014:7564
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beperking kennisneming vertrouwelijke tipgeversinformatie door AFM
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarbij AFM de kennisneming van bepaalde stukken heeft beperkt op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het geschil betreft de vraag of de rechtbank de beperking van kennisneming van stukken die informatie bevatten over een tipgever, die vertrouwelijk wil blijven, moet toestaan.
AFM stelde dat het belang van geheimhouding van de identiteit van de tipgever prevaleert boven het belang van eiser om kennis te nemen van deze informatie. De tipgever heeft geen getuigenis afgelegd die als bewijs is gebruikt tegen eiser. De rechtbank heeft overwogen dat het fundamentele beginsel van behoorlijke rechtspleging vereist dat de rechter zich baseert op gegevens waarvan partijen de juistheid kunnen nagaan, maar dat dit belang moet worden afgewogen tegen het belang van bescherming van vertrouwelijke informatie.
De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat er voldoende gewichtige redenen zijn om de beperking van kennisneming te rechtvaardigen. Het belang van AFM bij geheimhouding is groot vanwege het risico dat zonder bescherming de signalentoevoer aan AFM zal afnemen, wat haar toezichtfunctie schaadt. De rechtbank achtte het belang van AFM zwaarder dan het belang van eiser, mede omdat de tipgever niet als getuige in de zin van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt aangemerkt.
De beslissing van de rechter-commissaris is dat de beperking van kennisneming van de stukken gerechtvaardigd is. Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken door AFM gerechtvaardigd is.