ECLI:NL:RBROT:2014:7875
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering invoer partij vis wegens ontbreken erkenningsnummer volgens veterinaire regelgeving
De officiële dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een partij vis geweigerd voor invoer in de Europese Unie omdat het vereiste erkenningsnummer vanuit het land van herkomst ontbrak. Eiser betoogde dat de weigering onterecht was en dat de NVWA al jaren zijn product uit Alaska goedkeurde, wat volgens hem wijst op een gebrek aan consistentie en realiteitszin.
De rechtbank oordeelde dat op grond van Verordening 853/2004 exploitanten verplicht zijn een identificatiemerk aan te brengen dat onder meer het land van vestiging en het erkenningsnummer vermeldt. De partij vis voldeed hier niet aan omdat het identificatiemerk ontbrak, ondanks dat de verpakking wel de naam van het product vermeldde.
Volgens artikel 17 van Pro Richtlijn (EG) nr. 97/78 moet een product dat niet aan invoervoorwaarden voldoet, worden teruggezonden of vernietigd. De rechtbank sluit zich aan bij een eerdere uitspraak van het College van Beroep en stelt dat de NVWA geen andere maatregelen kon nemen dan de invoer te weigeren.
Hoewel de NVWA eerder verzuimd had eerdere partijen te weigeren, doet dit niet af aan haar plicht en bevoegdheid om de huidige partij te weigeren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar veroordeelt de NVWA tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht vanwege het niet ingaan op een argument in het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van invoer van de partij vis wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van het griffierecht aan eiser.