In deze zaak vordert woningstichting Woonbron van de eigenaar van een woning onder Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) een boete van 200% van de MGE-waarde wegens niet-naleving van de zelfbewoningsplicht en het niet aanbieden van de woning na executoriaal beslag. De eigenaar verhuurt de woning aan een derde en betwist de toepasselijkheid van de MGE-voorwaarden, de ontvangst van een ingebrekestelling en de redelijkheid van de boete.
De rechtbank stelt vast dat de MGE-voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst, gelet op de akte van levering en de inhoud daarvan. Woonbron slaagt er echter niet in te bewijzen dat de ingebrekestelling aangetekend is verzonden. Indien dit bewijs wel geleverd wordt, kan de boete worden opgelegd.
De rechtbank overweegt dat het boetebeding niet oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, maar dat de uitvoering ervan in dit geval leidt tot een onaanvaardbaar resultaat. Gezien de verhuur tegen kostprijs en de financiële situatie van de eigenaar, wordt de boete gematigd tot 50% van de MGE-waarde, een bedrag van €32.597. Daarnaast worden beslagkosten toegewezen. Verdere bewijslevering en getuigenverhoren worden aangehouden.