ECLI:NL:RBROT:2014:8071
Rechtbank Rotterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep kinderopvangtoeslag 2011
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een beschikking kinderopvangtoeslag 2011, dat niet-ontvankelijk werd verklaard door de Belastingdienst vanwege het ontbreken van ondertekening en motivering. Verzoekster stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar trok dit beroep later in nadat de Belastingdienst de definitieve kinderopvangtoeslag had herzien en vastgesteld op een positief bedrag.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst geheel aan verzoekster tegemoet is gekomen door de definitieve toeslag vast te stellen, waardoor op grond van artikel 8:75a Awb proceskostenveroordeling in principe volgt. Een uitzondering hierop kan bestaan bij evidente procedurele nalatigheid van verzoekster in de voorafgaande procedure, maar de rechtbank stelt vast dat verzoekster betwist de aanmaningsbrief te hebben ontvangen, zodat geen sprake is van evidente nalatigheid.
Daarom veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €487,-, en wijst tevens de vergoeding van het betaalde griffierecht toe. De uitspraak is gedaan door rechter Weerdesteijn op 8 oktober 2014.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten van €487,- na intrekking van het beroep.