Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
De partijen zullen de Rabobank verzoeken de vrouw te ontslaan uit haar verplichtingen uit hoofde van de lening waarvoor een hypotheek is gevestigd op de onroerende zaak woning aan de [adres].”
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn in 2004 gehuwd en in 2007 gescheiden met een bekrachtigd echtscheidingsconvenant waarin de woning aan de man werd toebedeeld met drie hypothecaire geldleningen. De vrouw bleef echter hoofdelijk aansprakelijk voor deze hypotheken.
De vrouw vordert dat de man alle medewerking verleent om haar uit deze hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan, waaronder het aanbieden van onroerend goed als onderpand. De man voert verweer en stelt dat hij al voldoende heeft gedaan en dat het convenant geen verplichting tot verder handelen bevat.
De rechtbank past de Haviltex-maatstaf toe en oordeelt dat het convenant een leemte vertoont die moet worden aangevuld met een inspanningsverplichting voor de man. Gezien het tijdsverloop en het bezit van onroerend goed moet de man dit als onderpand aanbieden. De rechtbank wijst de vordering toe met een gematigde dwangsom en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot het aanbieden van onderpand om de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheken te ontslaan, met een dwangsom en uitvoerbaarheid bij voorraad.