ECLI:NL:RBROT:2014:8153
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onduidelijke activa-overdracht en hoge privé-onttrekkingen
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 juli 2014 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken wegens feiten en omstandigheden die bij toelating reeds bekend hadden moeten zijn. Schuldenaar had kort voor het WSNP-verzoek activa van zijn onderneming overgedragen aan familiebedrijven zonder schriftelijke overeenkomst en zonder transparante waardering. De bewindvoerder kon ondanks herhaalde verzoeken geen inzicht krijgen in de zakelijke voorwaarden van deze overdracht.
Daarnaast waren er aanzienlijke privé-onttrekkingen die niet in verhouding stonden tot de slechte financiële situatie van de onderneming. Schuldenaar voerde aan dat er wel tegenprestatie was geleverd en dat sommige onttrekkingen boekhoudkundig waren bedoeld als voorziening voor belastingbijtelling, maar de rechtbank vond deze verklaringen onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat deze feiten bij toelating tot de schuldsaneringsregeling aanleiding hadden moeten zijn tot afwijzing van het verzoek. Daarom werd de regeling beëindigd en werd faillissement uitgesproken. Een curator werd benoemd en een postblokkade ingesteld. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling en spreekt faillissement uit wegens onvoldoende transparantie bij activa-overdracht en te hoge privé-onttrekkingen.