ECLI:NL:RBROT:2014:8162
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens ernstige schending informatieplicht en drugssmokkel
Schuldenares vertrok zonder medeweten van de bewindvoerder naar Curaçao en werd bij terugkomst op Schiphol aangehouden met drugs. Zij werd veroordeeld tot 76 dagen gevangenisstraf, waarvan 60 voorwaardelijk, en een taakstraf van 150 uur. De bewindvoerder ontdekte de gebeurtenissen pas via een postblokkade op 6 maart 2014.
Tijdens de zitting op 24 juli 2014 bevestigde de bewindvoerder dat schuldenares haar informatieplicht ernstig had geschonden en dat haar gedrag ontoelaatbaar was binnen de schuldsaneringsregeling. De advocaat van schuldenares voerde aan dat zij in een opwelling handelde en spijt had, en dat het incident geen financiële gevolgen had voor de regeling.
De rechtbank oordeelde dat schuldenares haar verplichtingen niet naar behoren was nagekomen, met name door het niet informeren van de bewindvoerder en het betrokken zijn bij drugssmokkel. Dit gedrag frustreerde de uitvoering van de schuldsaneringsregeling ernstig. Daarom werd de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, van de Faillissementswet.
De rechtbank stelde vast dat er geen baten beschikbaar zijn om schuldeisers te voldoen en dat er geen faillissement van rechtswege zal ontstaan. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en ten laste van schuldenares gebracht.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens ernstige schending van de informatieplicht en drugssmokkel.