Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde1],
[gedaagde3],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 juni 2014, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het proces-verbaal van comparitie van 8 augustus 2014;
- de brief van mr. E.B. van den Ouden van 1 september 2014, waarin opmerkingen over het proces-verbaal zijn gemaakt.
2.De feiten
een recht van voet en kruipad gevestigd over een strook grond breed circa één meter om te komen van- en te gaan naar de [adres].’
De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden voorts dat bij deze wordt gevestigd:
3.Het geschil
op te heffen de gevestigde erfdienstbaarheid van uitweg om te voet, met hand- kruiwagen, rijwiel of gemotoriseerd rijwiel, te komen van en te gaan naar de [adres]’ en met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.
4.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
452,00(1,0 punt × tarief € 452,00)
5.De beslissing
2148