Eiseres ontving een bijstandsuitkering en werd een boete opgelegd wegens het niet melden van samenwoning met een derde persoon. De rechtbank oordeelt dat de boete onjuist is vastgesteld over de periode van 1 januari 2012 tot en met 30 april 2013, omdat eiseres op 16 april 2013 melding heeft gemaakt van de samenwoning, waardoor de boetegrondslag moet worden bekort tot 15 april 2013.
Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen de periode voor en na 1 januari 2013 vanwege een wetswijziging die de hoogte van de boete beïnvloedt. De rechtbank acht de boete voor de periode vóór 1 januari 2013 te hoog vastgesteld en past deze aan naar 100% van de bijstandsnorm van december 2012. Voor de periode na 1 januari 2013 tot 15 april 2013 wordt de boete berekend op basis van de nieuwe norm.
Daarnaast wordt het beleid van het college om de terugvordering van bijstandskosten bruto te verrekenen bevestigd als niet onredelijk. Het beroep tegen de bruteringsbeslissing wordt ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.