ECLI:NL:RBROT:2014:8438

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 augustus 2014
Publicatiedatum
15 oktober 2014
Zaaknummer
C/10/14/316 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 FaillissementswetArt. 361 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens ontbreken advocaatsondertekening

Een schuldeiser, ACTYS-Wooninvesteringsfonds, verzocht de rechtbank Rotterdam om de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar tussentijds te beëindigen. Dit verzoek werd ingediend door een gerechtsdeurwaarder en niet door een advocaat, wat in strijd is met artikel 361, eerste lid, van de Faillissementswet.

De rechtbank hield een zitting waarbij de schuldenaar, zijn maatschappelijk werkster en de bewindvoerder aanwezig waren. De bewindvoerder gaf aan dat er sprake was van gebrekkige nakoming van informatie- en sollicitatieverplichtingen door de schuldenaar, en dat er een nieuwe schuld was ontstaan. Echter, ter zitting gaf de bewindvoerder aan geen verzoek tot tussentijdse beëindiging te hebben ingediend.

Na een brief van de bewindvoerder waarin werd gemeld dat de schuldenaar de tekortkomingen grotendeels had hersteld en een betalingsvoorstel had gedaan, besloot de rechtbank geen ambtshalve beëindiging van de regeling. De rechtbank benadrukte dat de schuldenaar zich bewust moet zijn van zijn verplichtingen en dat het niet nakomen hiervan kan leiden tot het niet verlenen van de schone lei.

De rechtbank verklaarde het verzoek van de schuldeiser niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een advocaatsondertekening en weigerde ambtshalve de regeling tussentijds te beëindigen.

Uitkomst: Verzoek schuldeiser tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken advocaatsondertekening.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie
verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling: niet ontvankelijk
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 13 augustus 2014
Uitspraak op het verzoekschrift van:
ACTYS- Woonivesteringsfonds te Zeist, schuldeiser (hierna: verzoekster)
ingediend in de schuldsaneringsregeling van:
[naam],
wonende te [adres], [woonplaats],
schuldenaar,
bewindvoerder: J. Perez Herrera.

1.De procedure

Bij brief van 19 mei 2014 heeft de heer mr. O.J. Boeder namens ACTYS-WIF de rechtbank verzocht om de toepassing van opgemelde schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Schuldenaar - in het bijzijn van de heer [naam] van Humanitas en zijn maatschappelijk werkster - en de bewindvoerder zijn gehoord ter terechtzitting van 18 juli 2014. De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 7 augustus 2014 op de hoogte gesteld van de stand van zaken op dat moment. De uitspraak is bepaald op heden.

2.De standpunten

Voor de standpunten van de bewindvoerder en de rechter-commissaris verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.

3.De beoordeling

De rechtbank kan op grond van artikel 350, lid 1, Faillissementswet, de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. De rechtbank kan zulks ook ambtshalve doen.
Op grond van artikel 361, eerste lid, Faillissementswet moet een verzoek van een schuldeiser om een schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, door een advocaat zijn ondertekend.
De heer mr. O.J. Boeder, die namens schuldeiser ACTYS-WIF de rechtbank heeft verzocht opgemelde schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen, is gerechtsdeurwaarder en geen advocaat.
Verzoekster wordt op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
Van de kant van de bewindvoerder is bij brief van 11 juli 2014 een opinie ontvangen, waarin hij aangeeft dat het nakomen van de informatieplicht gebrekkig is; er is slechts één sollicitatiebewijs ontvangen; er is een nieuwe schuld aan Actys ontstaan nu er geen huur meer wordt betaald en het budgetbeheer is niet geregeld terwijl schuldenaar dit met behulp van maatschappelijk werk in gang zou zetten. De bewindvoerder ziet voldoende grond voor een tussentijdse beëindiging.
Ter zitting van 18 juli 2014 heeft de bewindvoerder desgevraagd aangegeven geen verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling te (hebben) willen doen.
De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 7 augustus 2014 bericht dat schuldenaar de tekortkomingen in de nakoming van de informatieverplichting en sollicitatieverplichting grotendeels heeft aangezuiverd. Bovendien heeft schuldenaar een betalingsvoorstel gedaan aan AGIN. Hoewel AGIN hiermee niet akkoord is gegaan, heeft de rechtbank er vertrouwen in dat schuldenaar de nieuwe schuld vóór het einde van de regeling heeft afgelost.
De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om ambtshalve de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
Schuldenaar moet zich wel bewust zijn van het feit dat de voortgang van de schuldsaneringsregeling afhankelijk blijft van het stipt nakomen van de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen. Schuldenaar dient de bewindvoerder in het vervolg gevraagd en ongevraagd te informeren aantoonbaar op zoek te gaan naar werk. Hij moet er zorg voor dragen dat de nieuwe schuld wordt afgelost. Doet hij dit niet dan moet hij er ernstig rekening mee houden dat aan het einde van de schuldsaneringsregeling de schone lei niet wordt verleend. In dat geval is een oplossing voor de schuldenlast op korte termijn niet waarschijnlijk.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling ambtshalve tussentijds te beëindigen.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kruisdijk, rechter, en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2014. [1]