ECLI:NL:RBROT:2014:8501
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor kappen schietwilgen op sportterreinen
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is verleend aan Bomenwacht Nederland B.V. voor het kappen van 15 schietwilgen op sportterreinen aan de Kralingse Zoom 100 en Honingerdijk 110 te Rotterdam. Verzoekster, Stichting De Bomenridders, maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat deskundige snoei volstaat in plaats van kappen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 4:11b, lid 1, aanhef en onder b, van de APV Rotterdam de vergunning voor het kappen van bomen in het kader van de zorgplicht imperatief moet worden verleend. De vraag was of er voldoende basis was om de zorgplicht aan te nemen. Uit deskundige rapporten bleek dat de wilgen in hun eindfase zijn met afstervingsverschijnselen zoals takbreuk, spechtgaten, rottingen en holtes, waardoor veiligheidsrisico's voor personen aanwezig zijn.
Hoewel de tegenpartij stelde dat snoei het risico kon verminderen, vond de voorzieningenrechter dit onvoldoende om het kappen te weerleggen, mede omdat de slechte conditie onomkeerbaar is en snoei slechts tijdelijke verbetering biedt. De kap zal gedifferentieerd plaatsvinden, waardoor geen sprake is van kaalslag. Verder zijn voorschriften opgenomen om flora- en faunagevolgen te beperken en is een herplantplicht opgelegd. Gezien deze omstandigheden zal het besluit naar verwachting in bezwaar in stand blijven, zodat de voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van 15 schietwilgen is afgewezen.