ECLI:NL:RBROT:2014:8541
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden
Verzoeker heeft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend, maar de rechtbank oordeelt dat niet aannemelijk is dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van zijn schulden. Diverse schulden, zoals een belastingschuld, een schuld aan het Centraal Justitieel Incassobureau vanwege een hennepkwekerij, en hypothecaire leningen, zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan.
De rechtbank motiveert per schuld dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze schulden te goeder trouw is aangegaan. Zo is de schuld aan het CJIB het gevolg van een ontnemingsmaatregel wegens een hennepkwekerij, en is de financiering van een duur woonhuis onduidelijk en niet in verhouding tot het inkomen van verzoeker.
Daarnaast is sprake van een lening die zeer lichtvaardig is aangegaan ondanks bestaande schulden, en een alimentatieschuld waarvoor geen verzoek tot nihilstelling of vermindering is gedaan. Ook is niet aannemelijk dat verzoeker tijdens een periode van verblijf in België serieus heeft geprobeerd zijn schulden af te lossen.
De rechtbank concludeert dat verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld en wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.