ECLI:NL:RBROT:2014:8543
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onbekendheid schuldenares met onterechte WW-uitkering echtgenoot
Bij vonnis van 10 februari 2014 is een schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van schuldenares. De rechter-commissaris heeft op 20 maart 2014 een voordracht gedaan om deze regeling tussentijds te beëindigen vanwege onterecht ontvangen WW-uitkering door de echtgenoot van schuldenares.
Tijdens de terechtzitting van 13 juni 2014 verklaarden schuldenares en haar echtgenoot dat zij niet op de hoogte was van de onterechte WW-uitkering die haar echtgenoot gedurende drie maanden heeft ontvangen. Schuldenares hield zich niet bezig met de financiële administratie en de bankrekeningen van de echtgenoten zijn gescheiden. De uitkering werd op de bankrekening van haar echtgenoot ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat schuldenares dit niet kan worden verweten en dat zij de schuld inzake terugvordering van de onterecht ontvangen uitkering niet had hoeven melden tijdens de toelatingszitting. Daarom wordt de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
De rechtbank wijst de voordracht tot tussentijdse beëindiging af en bevestigt hiermee de voortzetting van de schuldsaneringsregeling zoals oorspronkelijk vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling af omdat schuldenares niet wist van de onterechte WW-uitkering van haar echtgenoot.