ECLI:NL:RBROT:2014:8732
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A.F.M. Wouters
- M.A.J.M. Jansen
- G.M. Munnichs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanranding collega in instelling
De verdachte, werkzaam als kok in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, werd beschuldigd van aanranding van een collega door haar te tongzoenen en aan haar borsten te zitten. De officier van justitie eiste een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, gebaseerd op de verklaring van het slachtoffer en een deskundigenrapport dat de verklaring betrouwbaar achtte.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, aangezien niemand het incident had gezien en de verklaring van het slachtoffer inconsistent was. Verdachte stelde dat het slachtoffer zich juist aan hem had opgedrongen en dat zij mogelijk een misverstand had gemeld uit teleurstelling.
De rechtbank oordeelde dat het alternatieve scenario van de verdachte niet kon worden uitgesloten en dat het bewijs onvoldoende was om het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van aanranding.