ECLI:NL:RBROT:2014:8739
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- M. Fiege
- P.C. Santema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in civiele procedure over comparitie van partijen
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de comparitie van partijen leidde in een civiele procedure. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was, omdat twijfelachtige opmerkingen werden gemaakt, de gemachtigde van verzoeker onvoldoende spreektijd kreeg en onverwacht met een nieuw stuk (productie 13) werd geconfronteerd.
De rechter heeft dit wrakingsverzoek bestreden en toegelicht dat tijdens de comparitie voldoende gelegenheid was voor de gemachtigde om te reageren, ook op productie 13. De comparitie is bedoeld voor het verkrijgen van inlichtingen en het beproeven van een schikking, niet voor het pleiten van de zaak.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. Uit het proces-verbaal bleek dat de gemachtigde van verzoeker voldoende ruimte had om zijn standpunt toe te lichten en dat de rechter een voorlopig oordeel gaf zonder definitieve beslissing.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 21 juli 2014.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.