Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
mr. J.J. Klomp,rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling Publiekrecht, team Bestuur 2, hierna: de rechter.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar bestuursrechtelijke zaak behandelde, naar aanleiding van uitlatingen tijdens een zitting op 3 juli 2014. De advocaat van verzoekster stelde dat de rechter onheus had gehandeld door te dreigen met publicatie van de uitspraak als een beroep op artikel 8 EVRM Pro gehandhaafd zou worden, wat zou duiden op vooringenomenheid.
De rechter gaf aan verbaasd te zijn over het beroep op artikel 8 EVRM Pro en had de advocaat in overweging gegeven om deze beroepsgrond in te trekken, met de mededeling dat handhaving publicatie tot gevolg kon hebben. Zowel advocaat als rechter waren het eens over de beperkte juridische haalbaarheid van het argument.
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de advocaat zich onheus bejegend en onder druk gezet voelde, dit niet impliceert dat de rechter zijn oordeel vooraf had gevormd of vooringenomen was. Er waren geen zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.