ECLI:NL:RBROT:2014:8921
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- O.E.M. Leinarts
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter na eindvonnis buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
In deze zaak heeft verzoeker wraking gevraagd van mr. V.F. Milders, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team kanton 3. Dit verzoek werd ingediend op 18 oktober 2014, na het eindvonnis van 3 oktober 2014 in de civielrechtelijke procedure tussen eiseres en verzoeker.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd, waaronder het eindvonnis en de aanvullende brief van verzoeker van 23 oktober 2014. Volgens artikel 36 Rv Pro kan een rechter worden gewraakt om onpartijdigheid te waarborgen, maar dit middel is niet meer effectief nadat een einduitspraak is gedaan.
Omdat het wrakingsverzoek na het vonnis is ingediend en de rechter de zaak niet meer behandelde, is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank stelt het verzoek daarom buiten behandeling. De rechtbank merkt op dat eventuele klachten over het vonnis en de behandeling van de zaak via hoger beroep moeten worden ingediend.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na het eindvonnis is ingediend.