Verweerder heeft aan eiser een stadionomgevingsverbod opgelegd voor de duur van een jaar met een last onder dwangsom, gebaseerd op vermeende ordeverstoringen rond voetbalwedstrijden. Eiser betwist de feiten waarop het verbod is gebaseerd, waaronder zijn betrokkenheid bij ongeregeldheden en overtredingen van eerdere stadionverboden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor eisers betrokkenheid bij de ongeregeldheden bij het Maasgebouw en het incident in Almelo, mede omdat eiser daarvoor door de politierechter is vrijgesproken en de zaak in Almelo nog moet worden behandeld. Wel is aannemelijk dat eiser zich op 1 september 2013 in het Feyenoordstadion heeft verzet tegen zijn aanhouding, maar dit rechtvaardigt op zichzelf geen stadionomgevingsverbod.
De overtredingen van civielrechtelijke stadionverboden door eiser zijn niet voldoende onderbouwd met feiten die een verstoring van de openbare orde aantonen. Hierdoor lijdt het besluit tot oplegging van het stadionomgevingsverbod en de last onder dwangsom aan een motiveringsgebrek. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat hierover pas kan worden beslist na een nieuwe beslissing op bezwaar.