ECLI:NL:RBROT:2014:9269
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bestuurlijke boete en openbaarmaking wegens marktmanipulatie niet aannemelijk
De AFM legde aan verzoeker een bestuurlijke boete van €250.000 op wegens vermeende overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wft, omdat verzoeker via Euronext participaties verkocht die volgens de AFM een onjuist of misleidend signaal gaven en de koers kunstmatig hoog hielden.
Verzoeker stelde dat hij slechts handelde in opdracht van een derde en niet wist van mogelijke afspraken die marktmanipulatie zouden rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat de AFM onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoeker betrokken was bij of kennis had van dergelijke afspraken. Ook was niet overtuigend dat verzoeker de verkooptransacties als onzuiver had moeten herkennen.
Hoewel de rechtbank erkende dat verzoeker artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wft had overtreden, ontbrak het aan verwijtbaarheid, waardoor oplegging van een boete niet gerechtvaardigd was. Daarom werd het bestreden besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar van verzoeker. Tevens werd de AFM veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete en de openbaarmaking daarvan worden geschorst wegens onvoldoende bewijs van verwijtbare overtreding.