ECLI:NL:RBROT:2014:9279
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van stelselmatige mishandeling van kinderen
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van stelselmatige mishandeling van haar acht eigen kinderen en twee halfbroertjes gedurende ruim vier jaar. De mishandelingen zouden bestaan uit slaan met diverse voorwerpen, stompen, duwen, schoppen en branden met hete voorwerpen.
Tijdens de terechtzitting op 8 oktober 2014 werd het bewijs onderzocht. Hoewel er aanwijzingen waren voor mishandeling, vertoonden de verklaringen van de kinderen onderling en in de tijd tegenstrijdigheden. Ook gaven medische rapportages geen eenduidige oorzaak van de letsels aan.
De rechtbank oordeelde dat de mishandelingen niet overtuigend bewezen konden worden en sprak verdachte vrij. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De uitspraak werd gedaan op 22 oktober 2014 door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van stelselmatige mishandeling.