De werknemer, sinds 2002 projectmanager bij Do Company, verzocht de kantonrechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, waaronder het wegvallen van vertrouwen door de wijze waarop de werkgever de reorganisatie heeft vormgegeven. Do Company had ontslagvergunning aangevraagd wegens bedrijfseconomische redenen, maar nog geen vergunning ontvangen en de arbeidsovereenkomst nog niet opgezegd.
De kantonrechter oordeelde dat de situatie afwijkt van het Van Hooff Elektra-arrest omdat de ontslagvergunning nog niet was verleend. Er was sprake van een gespannen verhouding en vertrouwensbreuk door de geheimzinnigheid en het gebrek aan openheid over herplaatsingsmogelijkheden, waardoor voortzetting van het dienstverband niet reëel was.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 24 november 2014. Gezien het langdurige onberispelijke dienstverband, de bedrijfseconomische noodzaak en de financiële positie van Do Company werd een billijke vergoeding van €43.375,50 bruto toegekend, lager dan het door de werknemer gevraagde bedrag. De werknemer kreeg de mogelijkheid het verzoek in te trekken tot 21 november 2014. Proceskosten werden gecompenseerd, tenzij het verzoek werd ingetrokken.