ECLI:NL:RBROT:2014:9387
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.C. Prins
- G.M. Munnichs
- M.C. Snel- van den Hout
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig oogmerk bij seksueel corrumperen minderjarige
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel corrumperen van minderjarige kinderen door het verrichten van SM-handelingen in hun bijzijn. De kinderen, destijds 10 en 13 jaar oud, verklaarden over deze handelingen, die onder meer bestonden uit naakt hangen aan het plafond, kettingen, handboeien, en het slaan met een zweep.
De kernvraag was of verdachte handelde met het ontuchtig oogmerk zoals bedoeld in artikel 248d Sr, dat wil zeggen dat de verdachte de kinderen bewust bij seksuele handelingen betrok voor eigen seksueel gerief of om hen te beïnvloeden tot toekomstige instemming met ontuchtige handelingen. De rechtbank oordeelde dat ondanks het overtreden van sociaal-ethische normen, er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte dit met ontuchtig oogmerk deed.
De verklaring van de dochter over een uitnodiging naar een SM-club vond onvoldoende steun in het dossier en kon niet leiden tot een bewezenverklaring. Ook het overige verweer werd niet verder besproken omdat het ontbreken van bewijs leidde tot vrijspraak. Verdachte werd daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank legde geen straf op en sprak verdachte vrij. Dit vonnis werd uitgesproken op 13 november 2014 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor ontuchtig oogmerk bij seksueel corrumperen minderjarige.