ECLI:NL:RBROT:2014:9437
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing buitengewoon vakantieverlof wegens niet voldoen aan specifieke beroepsomstandigheden
Eisers vroegen buitengewoon vakantieverlof aan voor hun kinderen buiten de reguliere voorjaarsvakantie, vanwege de aard van hun bedrijf, een ski- en snowboardschool. Verweerder wees het verzoek af omdat het gezin voldoende mogelijkheid had om tijdens de zomervakantie samen op vakantie te gaan, wat volgens artikel 11, aanhef en onder f, van de Leerplichtwet 1969 vereist is.
Eisers voerden aan dat de specifieke aard van hun bedrijf het onmogelijk maakt om buiten de familiereis op voorjaarsvakantie te gaan, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet voldoet aan de wettelijke criteria. De beleidsregel verduidelijkt dat alleen seizoensgebonden werkzaamheden die het onmogelijk maken om in schoolvakanties vakantie te nemen, in aanmerking komen.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek terecht is afgewezen omdat het gezin wel in een andere schoolvakantie samen op vakantie kan, en het belang van de specifieke invulling van de vakantie geen grond vormt voor vrijstelling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het buitengewoon vakantieverlof wordt ongegrond verklaard.