Eiser maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete opgelegd door het Agentschap Telecom wegens illegale uitzendingen in de FM-omroepband. Het bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van de bezwaargronden en een machtiging.
Eiser stelde dat de bezwaargronden en machtiging wel tijdig waren ingediend, waarbij hij verwees naar de poststempeling door PostNL op de uiterste dag van de termijn. De rechtbank overwoog dat artikel 6:9, tweede lid, van de Awb naar analogie van toepassing is op het aanvullen van bezwaargronden en machtiging en dat een poststempel als bewijs geldt voor tijdige verzending.
De rechtbank concludeerde dat de brief van eiser, afgestempeld op de uiterste dag van de termijn en binnen een week na afloop ontvangen, tijdig was ingediend. Verweerder had de niet-ontvankelijkverklaring daarom ten onrechte uitgesproken. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.