Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 februari 2015
- de conclusie van antwoord in reconventie
- het proces-verbaal van comparitie van 20 maart 2015
- de overgelegde producties.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn gehuwd in 1999 en zijn in 2013 gescheiden. Zij sloten huwelijksvoorwaarden met een deelgenootschap en een verrekenbeding voor overgespaarde inkomsten. De vrouw vordert onder meer verdeling van gemeenschappelijke zaken, verrekening van overbedelingen en belastingaanslagen, en betaling van een bedrag door de man.
De man voert verweer en betwist onder meer de verrekenplicht vanwege vermeend negatief vermogen van de vrouw bij het einde van het deelgenootschap. De rechtbank oordeelt dat de stelling van de man onvoldoende feitelijk en juridisch onderbouwd is. De uitleg van de huwelijksvoorwaarden volgens de Haviltexmaatstaf leidt tot de conclusie dat eerst periodieke verrekening van overgespaarde inkomsten moet plaatsvinden, waarna het deelgenootschap kan worden afgewikkeld.
De rechtbank bepaalt de peildatum voor de verrekening op 17 april 2013, behalve voor bepaalde verzekeringen waarvoor 15 januari 2013 geldt. Partijen wordt de mogelijkheid geboden om in onderling overleg tot een regeling te komen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere proceshandeling en aanhouding van verdere beslissingen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eerst de verrekening van overgespaarde inkomsten moet plaatsvinden alvorens het deelgenootschap kan worden afgewikkeld en verwijst de zaak voor verdere proceshandeling.