ECLI:NL:RBROT:2015:10173

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juli 2015
Publicatiedatum
6 juli 2017
Zaaknummer
3776018 CV EXPL 15-2491
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:179 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor schade door loslopende hond op fietspad

Eiser is op 10 april 2014 op een fietspad ten val gekomen door een botsing met de loslopende hond van gedaagde. Eiser vordert schadevergoeding en een verklaring voor recht dat gedaagde aansprakelijk is op grond van artikel 6:179 BW Pro.

Tijdens de comparitie verscheen gedaagde niet, waardoor de rechtbank uitgaat van de door eiser uiteengezette toedracht: de hond was niet aangelijnd en kwam plotseling op het fietspad tot stilstand, waardoor de botsing en val ontstonden. Dit leidt tot aansprakelijkheid van gedaagde als bezitter van het dier.

De rechtbank wijst de primaire vordering tot verklaring voor recht toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van €6.741,04 schadevergoeding. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor de door zijn hond veroorzaakte schade en moet €6.741,04 aan eiser betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3776018 CV EXPL 15-2491
uitspraak: 10 juli 2015
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaatsnaam],
eiser bij exploot van dagvaarding van 12 januari 2015,
gemachtigde: LegalShared Rechtsbijstand B.V. te Leusden,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaatsnaam],
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna verder aangeduid als “[eiser]” en “[gedaagde]”.

1.Het verdere verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:
  • het vonnis van 22 mei 2015 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
  • het proces-verbaal van de op 8 juni 2015 gehouden comparitie van partijen, waarbij [eiser] en zijn gemachtigde wel, maar [gedaagde], zonder bericht van verhindering, niet is verschenen.
Het vonnis is bepaald op heden.

2.De verdere beoordeling van de vordering

2.1
Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiser] zijn eis in zoverre gewijzigd dat hij de in de dagvaarding onder “subsidiair” gevorderde betaling van de door hem geleden schade, thans als hoofdvordering vordert naast hetgeen primair is gevorderd terzake de verklaring voor recht.
Voorts heeft [eiser] gesteld dat hij weliswaar enige beperkingen ondervindt op zijn werk, omdat hij zijn linkerarm niet meer zo goed kan bewegen als vóór het ongeval, maar dat dat niet meebrengt dat er sprake is van verlies van verdiencapaciteit, op grond waarvan hij zijn vordering met betrekking tot dit onderdeel heeft verminderd.
2.2
Zoals in het tussenvonnis reeds is overwogen baseert [eiser] zijn vordering terzake de verklaring voor recht primair op de grond dat [gedaagde] als bezitter van een dier aansprakelijk is voor de door het dier aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW en voorts dat in dat kader van belang is of de hond van [gedaagde] door een eigen gedraging de schade heeft veroorzaakt.
2.3
Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft [eiser] de toedracht van het ongeval nader uiteengezet. Nu [gedaagde], zonder bericht van verhindering, niet meer ter zitting is verschenen wordt er thans van uitgegaan dat hij die toedracht niet langer meer betwist, althans dat hij zijn in de conclusie van antwoord ingenomen standpunt onvoldoende heeft onderbouwd.
2.4
Dit brengt met zich dat er in rechte van wordt uitgegaan dat de hond niet was aangelijnd en plotseling op het fietspad vlak vóór de fiets van [eiser] tot stilstand is gekomen, waardoor [eiser], omdat hij de hond niet meer had kunnen ontwijken, met de hond in botsing is gekomen en is gevallen. Dit leidt tot het oordeel dat het onderhavige ongeval is veroorzaakt door de eigen gedraging van de hond van [gedaagde] en dat [gedaagde] als bezitter van de hond aansprakelijk is voor de door de hond aangerichte schade als bedoeld in artikel 6: 179 BW .
De primaire vordering terzake de verklaring voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor de door zijn hond toegebrachte schade wordt dan ook toegewezen.
2.5
[gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de door [eiser] gevorderde schadeposten. De gevorderde schade ad in totaal € 6.741,04 wordt toegewezen.
3.6
[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart voor recht dat [gedaagde] op grond van artikel 6:179 BW Pro risico-aansprakelijk is voor de door zijn hond aan [eiser] toegebrachte schade ten gevolge van het ongeval dat op 10 april 2014 op het fietspad van de [straat- en plaatsnaam] heeft plaatsgevonden;
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen kwijting te betalen € 6.741,04;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 174,16 aan verschotten en € 750,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
898