Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Consulaat-Generaal van de Federale Republiek Brazilië,
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds 2011 in dienst bij het Consulaat en meldde zich ziek in juli 2014 wegens hoge werkdruk. Na een probleemanalyse van de bedrijfsarts kon zij vanaf 29 september 2014 gedeeltelijk re-integreren. Op 12 november 2014 werd de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie, terwijl de werknemer nog ziek was en geen herstelmelding had gedaan.
De werknemer vorderde in kort geding loonbetaling vanaf 1 januari 2015, oproep door de bedrijfsarts voor een vervolgonderzoek en wedertewerkstelling. Het Consulaat voerde verweer dat de werknemer vanaf 3 november 2014 fulltime werkte en dat de opzegging rechtsgeldig was. Tevens stelde het Consulaat dat de werknemer tijdelijk op een andere afdeling werkte en dat de arbeidsovereenkomst ontbonden zou worden.
De kantonrechter oordeelde dat het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing was omdat de werknemer op 12 november 2014 nog arbeidsongeschikt was en de werkgever geen medisch onderzoek had laten plaatsvinden. De opzegging was daarom nietig en de arbeidsovereenkomst bleef bestaan. De loonvordering werd toegewezen, inclusief wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen vanwege de lopende ontbindingsprocedure en het risico van escalatie.
De vordering van het Consulaat tot betaling van een boete wegens het niet retourneren van bedrijfseigendommen werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De buitengerechtelijke incassokosten van de werknemer werden eveneens afgewezen omdat onvoldoende concreet was gemaakt welke kosten daarvoor in aanmerking kwamen.
Het Consulaat werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Consulaat wordt veroordeeld tot loonbetaling vanaf 1 januari 2015 en oproep werknemer door bedrijfsarts, wedertewerkstelling afgewezen.