Eiseres huurde een woning van Woonstad Rotterdam. Na ontbinding van de huurovereenkomst werd de woning ontruimd door een deurwaarder en verhuisbedrijf. Woonstad verwijderde en sloeg de keuken op, met mededeling aan eiseres dat deze binnen een maand opgehaald kon worden. Eiseres haalde goederen uit opslag en kreeg later de rest na betaling terug, maar stelde vervolgens schade vast aan enkele goederen en vermissing van keukenapparatuur.
Eiseres vorderde € 10.000,- schadevergoeding van Woonstad wegens onzorgvuldige ontruiming en opslag. Woonstad betwistte aansprakelijkheid en stelde dat de ontruiming volgens standaardprocedure was uitgevoerd, met lijsten en foto’s, en dat eiseres afstandsverklaringen had getekend voor bepaalde spullen. Ook betwistte Woonstad de dagvaarding en ontvankelijkheid van eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding niet nietig was en eiseres ontvankelijk was. De ontruiming was rechtmatig en zorgvuldig uitgevoerd door de deurwaarder. Eiseres had geen concrete feiten of bewijs geleverd van onzorgvuldig handelen door Woonstad. De klachten over schade en vermissing werden pas anderhalf jaar na terugontvangst gemeld en waren onvoldoende onderbouwd. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres veroordeeld in de proceskosten.