ECLI:NL:RBROT:2015:1311
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herinnering tot betaling bestuursrechtelijke premies
Eiser werd door verweerder verzocht om een openstaand bedrag van € 928.762,79 aan bestuursrechtelijke premies in te houden en af te dragen. Tegen de inhoudings- en afdrachtbesluiten is geen bezwaar gemaakt en eiser heeft ook niet tijdig meldingen gedaan van onmogelijkheid tot inhouding. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de herinneringsbrief van 21 januari 2015 niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelt dat de inhoudings- en afdrachtbesluiten duidelijk zijn over de bedragen en wijze van betaling, en dat het op eiser was om tijdig bezwaar te maken of meldingen te doen. De herinneringsbrief is niet gericht op rechtsgevolg en vormt geen besluit in de zin van de Awb. Daarom kon tegen deze brief geen bezwaar worden gemaakt.
Gelet op het ontbreken van bezwaar tegen de besluiten en meldingen, staan de afdrachtverplichtingen vast. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de herinneringsbrief geen besluit met rechtsgevolg is en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.