De zaak betreft een verzoek van huurder om de ontruimingstermijn van een praktijkruimte te verlengen op grond van artikel 7:230a BW. De huurder exploiteert een praktijk voor manuele therapie en fysiotherapie en heeft aanzienlijke investeringen gedaan in de ruimte. De verhuurder, een sportcentrum, wil de ruimte gebruiken voor uitbreiding van kleed- en doucheruimtes en andere faciliteiten.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de omstandigheden sinds het eerste verzoek in februari 2014 niet zijn veranderd. Hoewel de huurder een andere ruimte op het oog heeft, is deze nog niet geschikt en is er geen huurovereenkomst getekend. De belangen van de huurder wegen zwaarder vanwege de continuïteit van de praktijk en werkgelegenheid voor vijf medewerkers.
De verhuurder heeft onvoldoende onderbouwd dat de bedrijfsvoering ernstig wordt belemmerd en dat de branchevereniging op korte termijn sancties zou opleggen. Ook het verwijt dat de huurder de ruimte onbehoorlijk gebruikt is niet aannemelijk gemaakt. De kantonrechter compenseert de proceskosten en verlengt de ontruimingstermijn tot 1 januari 2016.