ECLI:NL:RBROT:2015:1467

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 maart 2015
Publicatiedatum
3 maart 2015
Zaaknummer
ROT 14-5192
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening na ingebrekestelling

Eiser stelde verweerder op 15 juli 2013 in gebreke en verzocht om documenten over de benoeming en het mandaat van de heffingsambtenaar. Verweerder reageerde op 15 oktober 2013. Eiser diende op 1 augustus 2014 een beroep in wegens niet tijdig beslissen, maar dit was meer dan een jaar na de ingebrekestelling.

De rechtbank oordeelde dat het beroep onredelijk laat was ingevolge artikel 6:12 lid 4 Awb Pro. Eiser bracht geen omstandigheden aan die het verzuim konden opheffen. Een eerder beroep van eiser werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht, wat voor zijn risico kwam en het verzuim niet opheft.

Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter A.P. Hameete op 6 maart 2015.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening meer dan een jaar na ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Dordrecht
Team Bestuursrecht 2
zaaknummer: ROT 14/5192

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2015 in de zaak tussen

[Naam], te [plaats], eiser,

en
het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Binnenmaas, verweerder,
gemachtigden: mw. Vaassen en dhr. Cok.

Procesverloop

Bij brief van 15 juli 2013 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld en verzocht binnen 14 dagen de gewenste gegevens (documenten aangaande de benoeming en het mandaat van de heffingsambtenaar van verweerder) te verstrekken.
Verweerder heeft bij brief van 14 oktober 2013, verzonden 15 oktober 2013, geantwoord.
Bij brief van 1 augustus 2014 heeft eiser beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Het beroep is ingesteld meer dan een jaar nadat ingebrekestelling heeft plaatsgevonden en is daarmee onredelijk laat in de zin van artikel 6:12, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiser heeft geen omstandigheden aangevoerd waaruit de rechtbank kan afleiden dat hij niet in verzuim is. Dat een eerder al door hem ingesteld beroep wegens hetzelfde niet tijdig beslissen (ECLI:NL:RBROT:2014:5912) niet-ontvankelijk is verklaard bij uitspraak van 22 juli 2014 omdat hij niet tijdig het volledige griffierecht had voldaan, komt voor zijn risico en heft het verzuim niet op. Het beroep is dus niet ontvankelijk.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.W.F. van Deyzen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
6 maart 2015.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.