In deze zaak vordert JRP c.s. een gerechtelijke verklaring en betaling van €2.000.000,- van AIG Europe Limited, de verzekeraar van een bestuurder die veroordeeld is tot schadevergoeding. AIG betwist de dekking onder de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering en beroept zich op een arbitrageclausule in de polis die alle geschillen aan arbitrage toewijst. AIG stelt dat ook derden zoals JRP c.s. aan deze clausule gebonden zijn omdat zij het vorderingsrecht van de verzekerde uitoefenen.
De rechtbank stelt vast dat het algemeen belang bij een efficiënte en voortvarende afwikkeling van het derdenbeslag maakt dat de bevoegdheid om over de dekkingsvraag te oordelen bij uitsluiting aan de gewone rechter toekomt. JRP c.s. oefenen een eigen recht uit en zijn niet gebonden aan de arbitrageclausule. Ook het feit dat de arbitrageclausule voor het aanhangig maken van de procedure niet kenbaar was, speelt mee.
De rechtbank verklaart zich bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van JRP c.s. en beveelt een verschijning van partijen aan om een minnelijke regeling te beproeven. De voorwaardelijke reconventie van AIG wordt niet behandeld omdat het hoger beroep van de bestuurder niet is ingesteld en het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
De beslissing onderstreept het belang van de openbare orde en de rol van de rechter bij de afwikkeling van derdenbeslag in verzekeringszaken, ondanks contractuele arbitrageafspraken.