Eiser ontving een werkloosheidsuitkering en meldde te laat dat hij vanaf 1 mei 2013 in dienst was bij een werkgever. UWV herzag de uitkering en legde een bestuurlijke boete op wegens het niet tijdig melden van de wijziging. Na bezwaar handhaafde UWV het besluit, waarna eiser beroep instelde.
Tijdens de procedure nam UWV een nieuw besluit waarin het terugvorderingsbedrag werd aangepast van bruto naar netto en de boete werd verlaagd tot €40, conform nieuw beleid voor zelfmelders. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en beoordeelde het tweede besluit.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht werd teruggevorderd over de periode vanaf 1 mei 2013, ondanks zijn stelling dat hij pas op 3 mei begon. Tevens was het niet tijdig melden van de wijziging verwijtbaar, omdat eiser binnen een week na aanvang van de werkzaamheden had moeten melden. De boete van €40 werd als proportioneel beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht werd aan eiser vergoed.