Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mr. M.M.E. Bowmer, opposante;
- de heer[naam (middellijk) bestuurder], (middellijk) bestuurder van geopposeerden.
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
;
;
;
Rechtbank Rotterdam
De curator kwam in verzet tegen de faillietverklaringen van drie besloten vennootschappen die op eigen aangifte waren uitgesproken. De curator stelde dat er geen noemenswaardige baten aanwezig waren en dat het aanvragen van faillissement misbruik van recht was, omdat de vennootschappen hun activiteiten al hadden gestaakt en er geen noodzaak was voor faillissement.
De rechtbank oordeelde dat hoewel voldaan was aan de formele vereisten voor faillietverklaring, het faillissement niet noodzakelijk was en de vennootschappen beter ontbonden hadden kunnen worden volgens artikel 2:19 lid 4 BW Pro. De aanvraag was gebaseerd op een onjuiste veronderstelling dat schulden zouden verdwijnen en er was geen aandacht besteed aan de belangen van een curator.
De rechtbank concludeerde dat er geen baten waren om te verdelen en dat het faillissement alleen maar kosten zou veroorzaken zonder voordeel voor schuldeisers. Daarom werd het verzet gegrond verklaard en de faillissementsvonnissen vernietigd. De aanvrager werd veroordeeld in de proces- en faillissementskosten.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillietverklaringen is gegrond verklaard en de faillissementsvonnissen zijn vernietigd wegens misbruik van recht en ontbreken van baten.