Eiser parkeerde op 8 januari 2014 zijn auto aan de Vest te Dordrecht en betaalde onvoldoende parkeerbelasting door een foutieve tariefcode bij mobiel parkeren in te toetsen. De parkeercontroleur legde een naheffingsaanslag van €60,60 op, bestaande uit €2,60 belasting en €58,- naheffingskosten. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Drechtsteden, bevoegd was de naheffingsaanslag op te leggen. De gemeenteraad van Dordrecht had voorzien dat ook geringe tekortkomingen, zoals het niet betalen van €0,16, aanleiding geven tot naheffing. Het risico van het intoetsen van een verkeerde tariefcode bij mobiel parkeren ligt bij eiser. Daarnaast is verweerder niet bevoegd kwijtschelding te verlenen.
Wat betreft de hoogte van de naheffingsaanslag concludeerde de rechtbank dat deze correct was berekend op basis van een uur parkeren tegen het tarief van €2,60 plus de wettelijke naheffingskosten van €58,-. Andere aangevoerde gronden van eiser faalden eveneens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.