Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2015:1740

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 maart 2015
Publicatiedatum
16 maart 2015
Zaaknummer
471623 / HA RK 15-208
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 9.1 Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek kantonrechter buiten behandeling wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid

Op 3 maart 2015 heeft de kantonrechter in een civiele procedure een beschikking gegeven die een eindbeslissing vormde, waarmee de behandeling van de zaak door deze rechter is geëindigd.

Verzoeker diende op 29 december 2014 een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens, stellende dat deze rechter niet onpartijdig zou zijn. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de processtukken, waaronder de beschikking van 3 maart 2015 en de schriftelijke toelichting van verzoeker.

Op grond van artikel 36 Rv Pro kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt om onpartijdigheid te waarborgen. Echter, omdat de kantonrechter reeds een einduitspraak had gedaan, kon hij niet langer als behandelend rechter worden aangemerkt.

Daarom is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gesteld conform artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.

De beslissing is uitgesproken door de wrakingskamer op 16 maart 2015 in aanwezigheid van griffier S.H. Groesbeek.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen kantonrechter Jurgens is wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gesteld.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 471623 / HA RK 15-208
Beslissing van 16 maart 2015
op het verzoek van
[naam verzoeker]
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
mr. W.P.M. Jurgens, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling privaatrecht, team kanton 2, (hierna: de kantonrechter).

1.Het procesverloop en de processtukken

De kantonrechter heeft in het door verzoeker ingediende verzoek van 29 december 2014 tegen het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht op 3 maart 2015 een beschikking gegeven.
Die procedure draagt als kenmerk 3728128 / HA ZA 14-278.
Bij brieven ingekomen op 9 maart 2015 doch gedateerd op 2 maart 2015 en 22 februari 2015 heeft verzoeker wraking van de kantonrechter verzocht.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevinden de volgende stukken:
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 6 februari 2015,
- de beschikking van 3 maart 2015.
Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van:
- de schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek;
- de bij de voormelde brieven van 2 maart 2015 en 22 februari 2015 behorende enveloppen.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2
Op 3 maart 2015 heeft de kantonrechter in de hiervoor omschreven procedure beschikking gewezen. Deze beschikking is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
2.3
Om die reden kan de kantonrechter niet meer worden aangemerkt als rechter die de zaak behandelt. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de kantonrechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, laatste volzin, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank buiten behandeling worden gesteld.

3.De beslissing

stelt het verzoek tot wraking van mr. W.P.M. Jurgens wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. E.D. Rentema en
mr. J.A.M.J. Janssen, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2015 in tegenwoordigheid van S.H. Groesbeek, griffier.
Verzonden op:
aan:
-
-
-
-