ECLI:NL:RBROT:2015:2026
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toelating tot maatschappelijke opvang wegens gebrek aan rechtsgrond weigering
Verzoeker vroeg toelating tot maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015, maar dit werd geweigerd omdat hij volgens verweerder niet voldeed aan de criteria van beperkte zelfredzaamheid door verslavings- of psychosociale problemen. Verzoeker stelde dat zijn zorgwekkende situatie, waaronder bijna-analfabetisme, psychische problematiek en dakloosheid, wel degelijk toelating rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat noch de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rotterdam 2015, noch de Regeling maatschappelijke ondersteuning 2015 criteria voor toelating tot maatschappelijke opvang bevatten. Het door verweerder gehanteerde Indicatieprotocol had een onduidelijke juridische status en bood geen rechtsgrondslag voor de weigering. Bovendien was geen adequaat onderzoek naar verzoekers zelfredzaamheid gedaan; er was slechts een kort aanmeldingsgesprek zonder verslaglegging.
Daarom kon het bestreden besluit niet in stand blijven. Gezien de ernst van verzoekers situatie en de onzekerheid over herstel van gebreken in bezwaar, werd een voorlopige voorziening getroffen waarmee verzoeker tot zes weken na de beslissing op bezwaar werd toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Verzoek om voorlopige voorziening voor bijstand werd afgewezen wegens ontbrekende connexiteit en nog niet genomen beslissingen door verweerder.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig toegelaten tot maatschappelijke opvang tot zes weken na beslissing op bezwaar.