Partijen sloten een arbeidsovereenkomst voor drie maanden, ingaande 10 maart 2014. Op 2 mei 2014 werd de werknemer op staande voet ontslagen wegens het liegen over zijn woonplaats en het ontvangen van onterecht bijstand. De werknemer betwistte dit ontslag en vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld en vakantiedagen.
De kantonrechter overweegt dat het liegen over de woonplaats niet voldoet aan de strenge maatstaf van een dringende reden zoals vereist voor ontslag op staande voet. Ook de overige door de werkgever aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen dit ontslag niet. Hierdoor blijft de arbeidsovereenkomst na 2 mei 2014 voortduren tot 9 juni 2014.
De werknemer heeft zich beschikbaar gehouden voor zijn werkzaamheden en heeft recht op betaling van het achterstallig loon, vakantiegeld en de waarde van niet-genoten vakantiedagen. De wettelijke rente wordt toegewezen en de wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.