Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verdachte 1],
17 augustus 2007tot en met 11 september 2007 te Rotterdam, en te Antwerpen, meermalen telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid [benadeelde] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen,
immersheeft verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als de rechtmatige eigenaar van een creditcard op naam van [cardhouder], cardnummer [x] en vervolgens met genoemde creditcard telkens geldtransacties verricht, waardoor het voornoemde bedrijf telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
1.
witwassen;
2.
oplichting, meermalen gepleegd;
3.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
4.
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
[benadeelde],(hierna ook te noemen: “[benadeelde]”) ter zake van het onder 2 tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 16.046,03 aan materiële schade.
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 73 dagen;
€ 392,05(zegge: driehonderdtweeënnegentig euro en vijf cent).
€ 129,50(zegge: honderdnegentwintig euro en vijftig cent) en veroordeelt de verdachte dit bedrag tegen kwijting aan de benadeelde partij te betalen;