ECLI:NL:RBROT:2015:2242
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Warenwet niet gematigd ondanks schadeclaim
Eiseres exploiteerde een strandpaviljoen waar bij inspecties op 1 en 22 augustus 2013 overtredingen van het Warenwetbesluit hygiëne levensmiddelen werden geconstateerd. Verweerder legde twee bestuurlijke boetes op, respectievelijk € 1.837,50 en € 3.412,50. Eiseres maakte bezwaar tegen deze boetes, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
Eiseres voerde aan dat de boetes gematigd moesten worden vanwege bijzondere omstandigheden, namelijk de schade die zij had geleden door een persbericht en een twitterbericht van verweerder over een besluit tot onmiddellijke sluiting van het strandpaviljoen. Zij stelde dat de schade opliep tot € 45.888,- aan omzetverlies en een waardedaling van de onderneming van € 165.000,-.
De rechtbank overwoog dat de boetes waren vastgesteld volgens het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten. Op grond van artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een boete worden gematigd indien bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. De rechtbank vond echter dat de gestelde schade geen verband hield met de boetebeschikkingen, maar met het besluit tot sluiting dat niet was aangevochten. Daarom was er geen grond voor matiging van de boetes.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter P.G.J. van den Berg op 2 april 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen de boetes wordt ongegrond verklaard en de boetes worden gehandhaafd.