ECLI:NL:RBROT:2015:2294
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet tijdig melden kadavers volgens Wet dieren
Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €1.500 opgelegd omdat hij niet binnen de voorgeschreven termijn had gemeld dat er kadavers van schapen op zijn perceel lagen, in strijd met artikel 3.4 van de Wet dieren. Het primaire besluit werd later bevestigd in het bestreden besluit, waartegen eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was, omdat eiser het primaire besluit pas later had ontvangen. Uit het boeterapport en verklaringen van toezichthouders bleek dat de kadavers al meer dan een dag dood waren toen ze werden aangetroffen. Eiser kon niet aannemelijk maken dat de overtreding anders dan in de uitoefening van een bedrijf was begaan, ondanks zijn stelling dat hij een niet-gerelateerd bedrijf had.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser over onvoldoende bewijs en overschrijding van de redelijke termijn. De boete werd terecht opgelegd en niet gehalveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €1.500 wegens niet tijdig melden van kadavers en verklaart het beroep ongegrond.