Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 30 april 2014 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de akte na tussenvonnis van [eiser], met producties;
- de conclusie na tussenvonnis van [gedaagde], met producties;
- de akte uitlating producties.
2.De verdere beoordeling
- het “actuele gewicht” van het werk is 136,8 ton;
- de gecorrigeerde aanneemsom komt daarmee uit op € 199.728,--;
- overeengekomen meerwerk bedraagt € 18.090,--;
- het niet door [eiser] verrichte werk bedraagt 680 uur; met inachtneming van een uurtarief van € 45,-- leidt dit tot een aftrek van € 30.600,--;
- een bedrag van € 5.000,-- komt in mindering extra kosten “als gevolg van transport in het weekend”;
- per saldo resteert een aanspraak van [eiser] van € 182.218,--.
- op grond van de onderhuurovereenkomst (productie 1 dagvaarding) is het gehuurde, met inbegrip van de staat van de daarbij behorende voorzieningen en installaties, tevoren geïnspecteerd;
- [gedaagde] heeft nog voor de ingangsdatum van de huurovereenkomst opdracht aan een derde gegeven om bepaalde reparatiewerkzaamheden te verrichten;
- hieruit volgt dat [gedaagde] voorafgaand aan de huurovereenkomst wist wat de staat van het door haar te huren terrein was, waarmee een claim ter zake van reparatiekosten twee jaar nadien niet valt te rijmen;
- de onderhuurovereenkomst bepaalt uitdrukkelijk dat het gehuurde wordt opgeleverd in een staat die aan partijen bekend is en dat het onderhoud van de kranen en de installaties voor rekening van de onderhuurder is.