Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde1],
[gedaagde2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 oktober 2014 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de brief van 31 december 2014 van de advocaat van [gedaagden], met de producties 8 tot en met 11;
- het proces-verbaal van comparitie van 13 januari 2015;
- de brief van 4 februari 2015 van mr. Borsboom.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
garageingaat. Niet staat vermeld dat [gedaagde1] zijn woning ingaat. Bovendien blijkt uit het logboek niet dat Van Wege een en ander heeft gezien op camerabeelden. (…)'
5.De beslissing
woensdag 15 april 2015voor een akte aan de zijde van (eerst) [eiseres] teneinde zich uit te laten als onder 4.9 hiervoor vermeld,
1885]