Verzoekster, een vennootschap naar vreemd recht gevestigd in Zwitserland, verzocht de rechtbank Rotterdam om verlof tot tenuitvoerlegging (exequatur) van twee arbitrale vonnissen gewezen te Londen. Verweerster, een vennootschap naar vreemd recht gevestigd in Rusland, betwistte de rechtsmacht en stelde dat zij niet deugdelijk was opgeroepen voor de mondelinge behandeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerster wel degelijk op de zitting aanwezig was en haar belangen niet werden geschaad. Het toepasselijke recht was het arbitragerecht zoals dat gold tot 1 januari 2015, en het Verdrag van New York 1958 was van toepassing. De rechter wees het verweer dat Nederlandse rechter geen rechtsmacht zou hebben af, mede omdat de relatieve bevoegdheid was gegeven door het beslag in Vlaardingen.
Omdat verweerster nog niet over alle gedingstukken beschikte en het procesreglement bepaalde dat bepaalde documenten gelegaliseerd en vertaald moesten worden overgelegd, werd de beslissing aangehouden. Verweerster kreeg de gelegenheid om binnen twee weken schriftelijk te reageren op de stukken. De zaak werd aangehouden om het beginsel van hoor en wederhoor te waarborgen.