Eiseres kreeg drie boetes opgelegd wegens het aanbieden van geneesmiddelen zonder handelsvergunning en het maken van reclame daarvoor, in strijd met artikelen 40 en 84 van de Geneesmiddelenwet. Verweerder matigde de boetes in de bezwaarprocedure met 50% vanwege de financiële situatie van eiseres. Eiseres stelde in beroep dat de boetes onterecht en onredelijk waren, mede vanwege de lange duur en haar financiële omstandigheden.
De rechtbank constateerde dat de overtredingen vaststonden en dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van de boetes binnen de wettelijke termijnen. De rechtbank oordeelde dat de boetes proportioneel waren, mede omdat eiseres meerdere waarschuwingen had gehad en de overtredingen haar konden worden verweten. De financiële gegevens over 2012 toonden een verbetering ten opzichte van 2011, en er was een betalingsregeling getroffen.
De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat de matiging van de boetes passend was gezien de ernst van de overtredingen en de omstandigheden. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.