ECLI:NL:RBROT:2015:2510
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij boeteoplegging Tabakswet
De rechtbank Rotterdam heeft op 16 april 2015 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres beroep instelde tegen een boetebesluit van 1 juli 2014. Dit besluit betrof een boete van €1.200,- opgelegd wegens overtreding van artikel 11a van de Tabakswet aan een bedrijf dat niet tot eiseres behoort.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen belanghebbende is bij het bestreden besluit, omdat het boetebesluit gericht was aan een andere rechtspersoon. Hoewel het beroepschrift betrekking had op meerdere besluiten en partijen, kon niet worden vastgesteld dat de andere rechtspersoon ook daadwerkelijk beroep had ingesteld. De vermeende verwarring over de indiening van het beroepschrift werd toegeschreven aan de gemachtigde van eiseres en de andere rechtspersoon.
Verder stelde eiseres dat het beroepschrift ook namens de andere rechtspersoon was bedoeld, maar de rechtbank vond dat het beroepschrift gelezen moest worden als een beroep van eiseres alleen. De rechtbank wees erop dat het beroepschrift aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro moet voldoen, waaronder de duidelijke vermelding van de indiener en het besluit.
De rechtbank concludeerde dat de kennelijke verschrijving in het bestreden besluit geen verwijt aan verweerder oplevert en dat het beroep van eiseres daarom niet-ontvankelijk is verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belanghebbendheid bij het boetebesluit.