ECLI:NL:RBROT:2015:2515
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- P. Joele
- C. Vogtschmidt
- J. Leyenaar-Holleman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep OM tegen weigering machtiging vertrouwelijke communicatie
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de vordering tot machtiging voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel had afgewezen. De zaak betrof een verdachte geboren in 1953 en woonachtig te Rotterdam.
De rechtbank heeft het hoger beroep behandeld in raadkamer op 2 april 2015. De rechtbank oordeelde dat de door het OM aangevoerde informatie onvoldoende concreet was om te kunnen beoordelen of aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit werd voldaan. Het OM stelde dat de machtiging slechts kortstondig zou worden gebruikt en alleen indien de verdachte contact had met mogelijke criminele personen op een publiek toegankelijke plaats, maar dit werd niet als voldoende concreet beschouwd.
De rechtbank benadrukte dat volgens artikel 126l Sv de rechter-commissaris primair verantwoordelijk is voor de toetsing van de proportionaliteit en subsidiariteit van een dergelijke machtiging. De rechtbank bevestigde dat de rechter-commissaris terecht de vordering had afgewezen en verwees tevens naar de mogelijkheid van een mondelinge machtiging bij dringende noodzaak. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het openbaar ministerie wordt afgewezen en de weigering van de machtiging blijft gehandhaafd.