ECLI:NL:RBROT:2015:2536
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichtingen na geweldsincident
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Hellevoetsluis tot sluiting van twee naast elkaar gelegen horeca-inrichtingen voor de duur van twee weken. Dit besluit volgde op een geweldsincident waarbij een bezoeker en een beveiliger van een van de inrichtingen betrokken waren, waarbij verzoeker eveneens betrokken was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang onvoldoende was aangetoond, omdat het belang vooral financieel van aard was en niet aannemelijk was gemaakt dat het voortbestaan van de onderneming door de tijdelijke sluiting direct werd bedreigd. Daarnaast werd overwogen dat het besluit niet apert onrechtmatig was, aangezien het geweldsincident een inbreuk op de openbare orde vormde en de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening.
Ook werd geoordeeld dat de sluiting van beide naast elkaar gelegen inrichtingen gerechtvaardigd was, omdat het publiek anders zou uitwijken naar de naastgelegen zaak, waardoor het doel van het besluit zou worden ondermijnd. De sluiting werd beperkt tot 24 april 2015. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het sluitingsbevel werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisendheid en geen apert onrechtmatig besluit.