ECLI:NL:RBROT:2015:2566
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij beslaglegging
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die in 2010 verlof verleende voor conservatoir beslag op zijn woning. Verzoeker stelt dat dit verlof op valse gronden en zonder hem te horen is verleend, en dat dit aanleiding geeft tot een schijn van partijdigheid.
De rechter heeft het wrakingsverzoek bestreden en aangevoerd dat het enkele feit van het verleende beslagverlof onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen. Ook het niet horen van verzoeker voorafgaand aan het verlof is volgens de rechter geen grond voor wraking, omdat de wet het horen in deze procedure niet voorschrijft.
De wrakingskamer overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De kamer vindt geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid. Het verzoek wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 februari 2015.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.