In deze civiele procedure vordert een producent uitkering onder een verzekering na twee terugroepacties van rijst en bran in Duitsland. De verzekering dekt schade bij een “Governmental Recall”, waarbij een overheidsbevel tot terugroeping vereist is of redelijkerwijs te verwachten moet zijn.
De rechtbank stelde vast dat de producten besmet waren met een vreemde stof (IPT), maar dat geen ambtelijk bevel tot terugroeping was gegeven. De vraag was of een dergelijk bevel ophanden was of redelijkerwijs te verwachten viel. Beide partijen leverden deskundigenverklaringen, maar geen getuigen met directe betrokkenheid bij de terugroepacties.
De verklaringen waren te algemeen en onvoldoende toegespitst op de feitelijke gang van zaken. De deskundigen gaven aan dat een bevel tot terugroeping slechts mogelijk was en afhankelijk van het gevaar voor de volksgezondheid, dat in dit geval gering was. Er was onvoldoende bewijs dat een overheidsbevel daadwerkelijk ophanden was of redelijkerwijs te verwachten viel.
De rechtbank concludeerde dat de verzekerde niet voldeed aan de polisvoorwaarden voor dekking en wees de vordering af. Tevens werd de verzekerde veroordeeld in de proceskosten.